Een regenwatertank in veen of klei
Op zand ligt een tank er zo in. In veen en klei is de bodem zelf het probleem: hij houdt water vast, hij zakt en hij duwt terug. Wat dat voor je keuze betekent.

Je grondsoort bepaalt mee of een kunststof tank volstaat of dat je beton of verankering nodig hebt. Op zand gaat het bijna altijd vanzelf. In veen en in klei niet, en dat komt doordat die grond water vasthoudt in plaats van doorlaat.
Nederland is grofweg in drieën te delen. De hoge zandgronden liggen in het oosten en zuiden: de Veluwe, Drenthe, Twente, een groot deel van Brabant en Limburg. Klei ligt langs de kust en langs de rivieren. En veen ligt daar waar het water het langst is blijven staan.
Dat laatste is preciezer aan te wijzen dan mensen denken. Geologie van Nederland beschrijft dat het Nederlandse laagveen verspreid ligt in West- en Noord-Nederland, in delen van Noord- en Zuid-Holland, Utrecht, Overijssel, Friesland en Groningen. Hoogveen ligt juist op en tussen de hoge zandgronden, onder meer in Oost-Groningen, Drenthe, Noord-Brabant en Noord-Limburg.
Zeeklei ligt volgens dezelfde bron langs de hele kust, van Zeeland tot Groningen, plus de droogmakerijen in Noord- en Zuid-Holland en Flevoland. Rivierklei overheerst in het stroomgebied van Rijn, Maas, Waal en IJssel.
Wil je weten wat er onder jouw tuin zit en niet onder je provincie, dan kijk je op de Bodemkaart van Nederland. Die beschrijft de bodemopbouw tot 1,20 meter diepte en is adresgericht te bekijken via Atlas Leefomgeving. Gratis, geen inlog.
Wat betekent dat nu praktisch? Drie dingen, en ze versterken elkaar.
Het eerste is water. Zand laat water door, veen en klei niet of nauwelijks. Regen die op je tuin valt zakt in zand snel weg en blijft in klei staan. Dat maakt de grondwaterstand hoger en, belangrijker, stabieler hoog. Dat is precies de situatie waarin een lege tank omhoog wil komen.
Het tweede is gewicht. Grond die zelf onder de grondwaterspiegel ligt telt maar voor ongeveer de helft mee als tegenwicht, omdat die grond ook door water omgeven is. In natte klei betekent dat: de halve meter grond die je bovenop je tank aanbrengt levert ongeveer de helft van wat je op papier zou verwachten. Wie dat over het hoofd ziet, denkt dat zijn tank ruim genoeg belast is terwijl dat niet zo is.
Het derde is zetting. Veen klinkt in. Het is samengeperst plantenmateriaal en het zakt, jaar na jaar, en sneller zodra het droogvalt. Een tank die je stevig neerlegt kan over vijf jaar scheef liggen ten opzichte van je bestrating, of andersom: je terras zakt en je tankdeksel komt omhoog te steken. Dit is geen theorie, het is de reden dat huizen in het Groene Hart op palen staan.
Wat betekent dat voor je keuze? In natte klei of veen kom je bijna altijd uit bij een betonnen put of bij verankering. Beton lost het gewichtsprobleem grotendeels zelf op. Kies je toch kunststof, dan hoort daar een betonnen vloerplaat onder waaraan de tank vastzit, en hoe zwaar die moet zijn is een berekening en geen vuistregel.
Er is ook een route die het probleem omzeilt in plaats van oplost. Een platte tank ligt ondieper dan een ronde put van dezelfde inhoud, dus er zit minder van in de natte laag. En haal je de opslag helemaal uit de grond en leg je hem in de kruipruimte, dan speelt opdrijven per definitie niet meer. In veengebied met een ondiepe kruipruimte is dat vaker de verstandige keuze dan mensen denken.
Zand vraagt hier weinig aandacht, met één uitzondering. Ook op zandgrond kan het grondwater plaatselijk hoog staan, bijvoorbeeld in een beekdal of in een laagte. Grondsoort en grondwaterstand zijn twee verschillende dingen en je moet ze allebei nakijken. In de Basisregistratie Ondergrond staan ze niet voor niets als twee aparte gegevensobjecten.
Kijk dus eerst je grondwaterstand op je eigen adres na en dan pas je grondsoort. En twijfel je over de combinatie, bel ons. Grond die wij niet zien, willen we niet inschatten vanachter een scherm.
Benieuwd wat dit voor jou betekent?
Bouw je systeem in vier vragen, of reken eerst uit wat je dak oplevert.