Snel en simpel regenwater voor thuisGratis rekenhulp·Bel 06 2000 61 71
SystemenTuinsysteemHuis & TuinOndervloer
Toepassingen
ShopTanks en puttenRegenwaterfiltersPompen en watermanagersSturing en bijvullingInfiltratie en afkoppelenAccessoires
Kennisbank
Zakelijk
Voor wie werkt het
Berekenen & systeembouwer
Blog
Regenwater in de media
Zoeken
Afkoppelen & subsidie
Over ons
Terug naar de kennisbank
2 augustus 2026·6 min·Nog niet vakinhoudelijk gecontroleerd

Grondwaterstand opzoeken op je eigen adres

Je kunt het gratis en zonder inlog zelf nakijken, in een kwartier. Dit is waar je moet kijken en, minstens zo belangrijk, wat die cijfers wel en niet zeggen.

Witte peilbuis met donkere dop in een grasstrook langs een Nederlandse bakstenen woning, waarmee de grondwaterstand wordt gemeten

Je kunt de grondwaterstand op je eigen adres gratis opzoeken, zonder inlog, in ongeveer een kwartier. Begin bij het BROloket van de overheid en kijk daarna eventueel bij DINOloket. Wat je vindt is een modelwaarde en geen meting in jouw tuin, en dat verschil is groter dan het klinkt.

Het BROloket hoort bij de Basisregistratie Ondergrond, de officiële registratie van de Nederlandse ondergrond. Daarin zit een model dat Grondwaterspiegeldiepte heet. Het geeft de diepte tot de grondwaterspiegel in een raster van vijftig bij vijftig meter. Je vindt het op broloket.nl, waar in dezelfde viewer ook de Bodemkaart zit. Twee vragen, één plek.

Wil je liever echte metingen zien in plaats van een model, dan is DINOloket van de Geologische Dienst Nederland de plek. Daar staan peilbuizen met hun meetreeksen, dus je ziet de werkelijke standen door de jaren heen. De vangst: er staat lang niet overal een peilbuis in de buurt. Zit de dichtstbijzijnde op twee kilometer aan de andere kant van een sloot, dan zegt die reeks weinig over jouw tuin.

Er is ook nog Grondwatertools met kaarten en trends. Mooi gereedschap, maar let op: die tool gebruikt data tot 1 januari 2021 en is dus niet actueel. Dat staat er zelf bij, en toch zien we het regelmatig geciteerd alsof het van vorige week is.

Vind je de landelijke portalen te technisch, dan is Atlas Leefomgeving van het RIVM een stuk vriendelijker: je typt je adres in en ziet je bodemtype. Voor de grondwaterstand zelf hebben veel waterschappen bovendien een eigen kaart. Wetterskip Fryslân, De Dommel, Brabantse Delta en Waterschap Limburg hebben er allemaal een, en die zijn gratis. Het aanbod verschilt per waterschap, dus zoek op de naam van het jouwe plus grondwaterstanden.

Dan de cijfers die je tegenkomt, want dat is waar het misgaat. Je ziet bijna nooit één getal. Je ziet GHG en GLG, en daaruit volgt een grondwatertrap.

GHG staat voor gemiddeld hoogste grondwaterstand, GLG voor gemiddeld laagste. De officiële definitie is preciezer dan mensen denken. De catalogus van de Basisregistratie Ondergrond omschrijft de GHG als het gemiddelde, over een periode van dertig jaar, van de drie hoogste grondwaterstanden per hydrologisch jaar, gemeten bij tweemaal per maand meten. De GLG werkt hetzelfde met de drie laagste. Beide worden geteld vanaf het maaiveld naar beneden, dus een lagere waarde in centimeters betekent water dat dichter bij je voeten staat.

Let op wat daar staat: de GHG is een gemiddelde van dertig jaar. Het is dus niet de hoogste stand die ooit is voorgekomen. Na een uitzonderlijk natte winter staat het water hoger dan je GHG. Wie zijn tank precies op de GHG dimensioneert, rekent zonder marge.

De grondwatertrap, meestal geschreven als Gt met een Romeins cijfer, is de combinatie van die twee in een klasse. Grofweg: hoe lager het cijfer, hoe natter. Bij Gt I staat het water het hele jaar hoog en zakt het zelfs in de zomer niet onder de vijftig centimeter. Bij Gt VII of VIII staat het diep, met een GHG van meer dan tachtig of zelfs meer dan honderdveertig centimeter onder maaiveld. Daartussen zit de rest van Nederland.

Voor een ondergrondse tank is de GHG het getal dat telt, niet de GLG. Je tank moet het uithouden op het natste moment, niet op het droogste. Ligt je GHG op veertig centimeter onder maaiveld en komt de bovenkant van je tank op zestig centimeter, dan zit je tank in de winter volledig onder water.

Nu de waarschuwing die de portalen zelf ook geven en die veel te vaak wordt overgeslagen. Een model met een raster van vijftig bij vijftig meter kent jouw tuin niet. Het kent geen sloot achter je schutting, geen drainage van de vorige eigenaar, geen zandophoging waarop je huis staat en geen lekkende regenpijp die al twintig jaar dezelfde hoek voedt. Het is een goede eerste indicatie en een slechte laatste zekerheid.

Er is een controle die niets kost en verrassend goed werkt: kijk bij de buren. Staan er in je straat overal betonnen putten in plaats van kunststof tanks, dan is dat geen mode maar ervaring. En wie hier vorig jaar heeft gegraven, weet precies op welke diepte het gat volliep.

Wil je het echt zeker weten, dan graaf je een proefgat of laat je een peilbuis zetten. Voor de meeste tuinen is dat overdreven. Voor een tank van tienduizend liter onder een oprit is het dat niet.

Weet je je grondwaterstand, dan is de volgende vraag wat je grondsoort ermee doet. Veen en klei gedragen zich anders dan zand, en dat bepaalt mede of je tank verankerd moet worden. Dat leggen we uit in een regenwatertank in veen of klei. En waarom dit überhaupt uitmaakt, staat in het stuk over hoge grondwaterstand.

Benieuwd wat dit voor jou betekent?

Bouw je systeem in vier vragen, of reken eerst uit wat je dak oplevert.