Hoe werkt een regenwatersysteem?
Van dakgoot tot kraan zitten vijf stappen. Wie die kent, snapt meteen waarom een systeem meer is dan een ton in de tuin.

Een regenwatersysteem klinkt eenvoudig. Regen valt, jij vangt het op, jij gebruikt het. In de praktijk zitten er vijf stappen tussen je dakgoot en je kraan, en elke stap heeft een taak. Wie die taken kent, begrijpt meteen waarom losse onderdelen bij elkaar zoeken zo vaak misgaat.
Het begint bij je dak. Elke millimeter regen op elke vierkante meter dak levert precies één liter water op. Een schuin, hard dak levert daarvan het meeste af, want het water stroomt snel weg. Een plat dak of een groen dak houdt een deel vast en levert dus minder.
Daarna komt het filter. Blad, mos en straatvuil moeten eruit voordat het water de tank in gaat, anders vervuilt je voorraad en werkt je pomp zich kapot. Dit is het onderdeel dat mensen het vaakst vergeten en waar ze het snelst spijt van krijgen.
De tank is je geheugen. Regen valt namelijk niet wanneer jij het nodig hebt. In juli sproei je het meest en regent het het minst. De tank overbrugt die droge weken, en dat is precies waarom de maat ervan zo nauw luistert. Te klein en je staat in augustus droog. Te groot en je betaalt voor water dat er nooit in zit.
Dan de pomp en de sturing. De pomp brengt het water op druk. De sturing bewaakt of er nog voorraad is en schakelt netjes over op drinkwater als de tank leeg raakt, zonder dat jij er iets van merkt. Gebruik je regenwater binnenshuis, dan hoort daar een veilige scheiding met het drinkwaternet bij. Dat is geen luxe maar een eis.
Tot slot het gebruik en de overloop. Je tuin, je wc, je wasmachine of je proces. En als het hard regent en de tank vol zit, moet het overtollige water ergens heen. Meestal de bodem in, via infiltratie. Dat is meteen het moment waarop je systeem ook je straat droog houdt.
Benieuwd wat dit voor jou betekent?
Bouw je systeem in vier vragen, of reken eerst uit wat je dak oplevert.